Water vraagt water

Om veenafbraak en broeikasgasemissies te beperken is vernatting van veen onvermijdelijk. In 2018 lieten diverse pilots/onderzoeken al zien dat in droge tijden het watersysteem tegen de grenzen aanloopt als het gaat om de beschikbaarheid van water voor vernatting. Want ‘water vraagt water’. Dat blijkt nu ook uit een recent verschenen rapportage van Deltares en WUR, waarin de effecten van waterinfiltratie (met onderwaterdrainage) op de regionale watervraag zijn berekend. Dit leidt tot de vraag: Hoe is de watervraag van waterinfiltratie met onderwaterdrainage/ drukdrainage en natte teelten in te passen in het watersysteem in de veenweiden?

De resultaten van de studie ‘Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag’ zijn de eerste inschatting van de effecten van infiltratie met onderwaterdrainage op het schaalniveau van West-Nederland. Dat is waardevol, want er gingen veel verschillende percentages rond over het effect van onderwaterdrainage op de watervraag. Dat de watervraag zal toenemen door infiltratie van water was geen punt van discussie, maar de mate waarin wel. Nu weten we het: “Voor de gehele West-Nederlandse waterschappen komt dit neer op een extra watervraag van ongeveer 0.11 mm/dag (ca. 18%).” Maar eigenlijk weten we het nog niet, want er zitten aannames achter over het percentage aan oppervlakte waar onderwaterdrainage wordt aangelegd. Voor gebieden met meer onderwaterdrainage is de watervraag dan ook hoger. Ook zijn in de studie jaren met een droge zomer zoals 2018 nog niet meegenomen. De onderzoekers schrijven dan ook: “De resultaten uit het model moeten gezien worden als een indicatieve kwantificering. Er is behoefte aan meer meetinformatie over de effecten van onderwaterdrainage over langere perioden en in droge jaren en over de effecten op waterfluxen en waterkwaliteit. Deze meetinformatie kan gebruikt worden om ook de effecten op groter schaalniveau beter te kwantificeren.”

Toepassing van onderwaterdrainage om veenafbraak tegen te gaan is in onze visie ook geen losse maatregel. De combinatie met slootpeilverhoging (direct of door een beperkte peilindicatie) zou ook tot een hogere watervraag kunnen leiden. En zo’n relatieve slootpeilverhoging kan weleens leiden tot een bredere toepassing van onderwaterdrainage. En dan is er nog infiltratie met drukdrainage, met greppels en last but not least de natte teelten. In 2018 zagen we bij het proefveld met lisdodde in Zegveld een waterverbruik dat veel hoger was dan bij de drukdrainage. Daarom laten we dat in het vervolg nauwkeurig meten en moedigen we anderen aan om het meten van waterverbruik onderdeel van experimenten te maken.

Al met al denken we als VIC dat de watervoorziening in droge zomers en bij sterkere vernatting met verschillende maatregelen om innovatieve maatregelen gaat vragen. Daarom gaan we niet alleen door met het zoeken naar manieren om veen te vernatten, maar gaan we ook kijken wat die vernatting vraagt aan optimalisatie van het watersysteem en hoe dit te combineren is met het opvangen van extremen in neerslag en droogte. Andersom zal ook gekeken moeten worden wat het effect op opbrengst en broeikasgasemissies is bij grasland en verschillende natte teelten als het watersysteem niet voldoende water kan bieden.

Lees meer in de rapportage ‘Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag’.

Wilt u doorpraten over de betekenis van de watervraag voor de veenweiden of kennis uitwisselen vanuit pilots/experimenten? Neem dan contact op met Erik Jansen, via [email protected]