Toegevoegde waarde als veevoer

Met een ruw eiwitgehalte van circa 11-13 %, vormt ingekuilde lisdodde een mogelijke aanvulling op een rantsoen voor jongvee, droge koeien of eventueel melkkoeien. Vooral wanneer het gecombineerd wordt met eiwitrijker (najaars)gras.

Het ruw eiwitgehalte van circa 11-13 % wordt behaald bij eindevoorjaarsmaaien. Ook bleken de fosforgehalten 25 % lager en seleniumgehalten circa 3-4 keer hoger in lisdodde ten opzichte van gras, wat gunstig uit kan pakken voor de fosfor en seleniumgehalten in het rantsoen. Er bleek een duidelijk omslagpunt in de voederwaarde; zodra de planten eind mei of in juni gaan bloeien, wordt de voederwaarde minder. Het ruw eiwit gehalte daalt en de plant wordt vezelrijker.

Uit voorkeursproeven met droge koeien is gebleken dat ingekuilde lisdodde werd opgenomen, al hadden de koeien wel een grotere voorkeur voor graskuil. In september is 0,3 hectare van het proefveld voor de tweede keer geoogst. Dit materiaal is ingekuild en zal komende winter gebruikt worden voor een voerproef met droge koeien, waarin uitgebreider gekeken wordt naar de voederwaarden en vertering.

Voor meer informatie over lisdodde als veevoer, neem contact op met Jeroen Pijlman (Louis Bolk Instituut), via [email protected]