De eerste oogst

Wat is de invloed van het maaitijdstip op de opbrengst en voederwaarde van de lisdodde? Een belangrijke vraag, dit is immers van belang bij inzet van lisdodde als veevoer binnen het melkveebedrijf. Daarom werd het proefveld in Zegveld (0,4 hectare) dit jaar op meerdere tijdstippen geoogst. De opbrengst varieerde van 8,7 tot 10,0 ton droge stof per hectare. En voldeed daarmee aan de verwachte opbrengst voor het gewas in het tweede jaar.

 
Op het grootste deel van het proefveld werd de lisdodde twee keer geoogst, namelijk op 23 juni en 19 september. Er werd respectievelijk 6,8 en 1,9 ton droge stof(ds)/hectare(ha) geoogst, totaal 8,7 ton ds/ha. Een ander deel van het proefveld werd alleen op 19 september geoogst: dat bracht 7,5 – 10 ton ds/ha op. Dit zijn normale opbrengsten voor de lisdodde in het tweede jaar. Het aantal lisdoddestengels bleek het tweede jaar vertienvoudigd in vergelijking met het eerste jaar. In het derde jaar wordt een opbrengst verwacht van minstens 15 ton ds/ha. Met toediening van de juiste nutriënten, middels bemesting, zou na verloop van tijd een opbrengst van 20 ton droge stof per hectare haalbaar moeten zijn.

Het in 2016 door KTC Zegveld aangelegde lisdoddeproefveld voorziet in grondstoffen voor voerproeven en wordt ingezet voor onderzoek naar bemesting, oogstmomenten en –methoden. Daarnaast draagt het proefveld ook bij aan het verkennen van nieuwe afzetmogelijkheden. Een voorbeeld daarvan is de oogst van stuifmeel van de lisdodde in juni dit jaar, het stuifmeel wordt gebruikt als voedsel voor roofmijten. Deze roofmijten worden ingezet voor biologische bestrijding in de tuinbouwsector.

Voor meer informatie over oogsten van lisdodde, neem contact op met Jeroen Pijlman (Louis Bolk Instituut), via [email protected]