Klei in veen

Publicatie

Klei in veen

Het aanbrengen van klei in veengrond als oplossingsrichting voor de veenweiden heeft zich inmiddels tot nieuw icoon van VIC ontwikkeld. Maar hoe werkt dit precies?

Klei kan een binding aangaan met organische stof, waardoor de afbraak daarvan beperkt wordt. Dat komt naar voren uit metingen op diverse locaties in het veenweidengebied. Uit deze metingen blijkt dat in gronden met een hoog klei (lutum) gehalte minder organische stof afgebroken wordt. En dus minder CO2 vrijkomt en minder veen verteert. De onderstaande grafiek laat de natuurlijke variatie in kleigehalte van veenweidebodems zien. Het verschil in lutumgehalte in veengronden is opgebouwd tijdens duizenden jaren afzetting van klei vanuit zee en rivieren. Doordat er in Nederland dijken zijn aangelegd vinden er geen overstromingen meer plaats, en daarmee ook geen natuurlijke kleidepositie. De vraag is nu hoe we dat natuurlijke proces van kleine hoeveelheden klei per keer na kunnen bootsen in een korter tijdbestek (10 jaar). Het is bovendien van belang dat de aangebrachte kleideeltjes inspoelen in de veengronden en niet als een kleidek op het veen achterblijft, zodat het een klei-humus complex kan vormen. Lees meer in de brochure Klei in veen.