Klei in veen doet zijn werk

De eerste onderzoeksresultaten zijn positief: bijna alle onderzochte kleisoorten laten in het laboratorium effect op de CO2-emissie van veen zien. Verkleien van veen is daarmee een perspectiefvolle oplossingsrichting die bovendien geen (extra) water kost. Daarmee is het een welkome aanvulling op de ‘toolkit’ met veenafbraak reducerende maatregelen die wel (extra) water kosten zoals waterinfiltratie en natte teelten. Het icoon Verkleien van veen ontwikkelt zich dan ook snel van idee tot kansrijke oplossing. We merken een toenemende belangstelling van diverse waterschappen, het ministerie van IenW en de provincie Friesland. Maaike van Agtmaal, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, geeft een toelichting op de onderzoeksresultaten.

Positief nieuws
Maaike vertelt: “Er is positief nieuws: Van de acht onderzochte kleisoorten laten er zeven effect op de CO2-emissie zien onder gecontroleerde omstandigheden in het laboratorium. Dit effect varieerde van 15-60% minder CO2-emissie van de veenkolom (zie figuur 1). Van de acht onderzochte kleisoorten liet slechts één soort geen effect zien. Hoe het verschil in effect tussen de diverse kleisoorten te verklaren is, is nog niet geheel duidelijk. Daar buigen we ons nu over, samen met Mariet Hefting en Joost Keuskamp van de Universiteit Utrecht, waar ook de metingen in het lab plaatsvinden. Voor de verklaring van het verschil tussen de kleisoorten gaan we terug naar het basisprincipe van Verkleien van veen. Organische stof in veen bindt zich aan de kleideeltjes, door deze bindingen is veen beschermd tegen afbraak door microbieel bodemleven. Een mogelijke oorzaak voor het verschil in effect tussen de kleisoorten kan ontstaan doordat de ene kleisoort van zichzelf al meer verzadigd is met organische stof dan het andere soort. Ook de bindingscapaciteit van de klei is mogelijk een oorzaak, deze wordt bepaald door de opbouw van de klei. Klei bestaat uit plaatjes die op elkaar gestapeld zijn, de vorm van deze plaatjes en de samenstelling van de kleimineralen bepalen hoe goed de klei organische stof aan zich kan binden.”

Figuur 1. Effect van 8 kleisoorten op CO2-emmissie van veen onder laboratoriumomstandigheden.

Van het laboratorium naar het veld en terug
“Het binden van de klei aan het veen is een proces dat geduld vraagt, pas na een half jaar zagen we de effecten in het laboratorium. Het is nu bewezen dat het werkt onder gecontroleerde omstandigheden in het laboratorium, de volgende stap is onderzoeken hoe het in de praktijk in het veld werkt. Enerzijds zijn we daar al mee begonnen door analyse van de proefveldjes die in 2019 zijn aangelegd bij een boer in de Krimpenerwaard. Uit de eerste resultaten blijkt dat de kleideeltjes daadwerkelijk in de bodem dringen en er effect is op de CO2-emissie. Alhoewel dat effect nog niet zo eenduidig is als de lab resultaten. Simpelweg omdat er in het veld veel meer factoren een rol spelen die invloed hebben op het proces. Anderzijds vraagt het veel tijd om de klei door te laten dringen in diepere lagen in de veenbodem. Terwijl we daar het effect juist van willen meten. Om dat proces versnelt te onderzoeken willen we in vervolgonderzoek aan de slag met een combinatie ‘tussen lab en veld’. Daarbij willen we de situatie nabootsen waarin de klei door de veen gemengd is. Dat doen we door een veenkolom uit te steken, in het lab op te mengen met klei en vervolgens terug te plaatsen in het veld. Op die manier meet je onder de natuurlijke omstandigheden in het veld, zoals weersinvloeden en het effect van het bodemleven. Maar heb je wel een situatie gecreëerd zoals die er over circa vijf jaar uitziet wanneer de klei door het veen gemengd is.”, licht Maaike toe. Dat is dan ook de bedoeling van Verkleien van veen in de praktijk: kleine hoeveelheden klei over een aantal jaar verspreid aanbrengen, zodat de klei goed door het veen mengt.

Metingen bij het proefveld met klei in veen: verzamelen van bodemmonsters voor analyse in het laboratorium.

Opschalen
Ook over opschalen wordt nagedacht vult Maaike aan: “Als er in de toekomst een grote partij klei vrijkomt willen we op dat moment kunnen voorspellen hoe goed deze inwerkt op het veen en of deze geschikt is. Om daarachter te komen willen we in vervolgonderzoek pure klei onderzoeken. De onderzoeksvraag hierbij is: Welke kleimineralen spelen een rol in het proces van binding met organische stof in veen? Als we dat weten kunnen we aan de voorkant heel gericht partijen klei selecteren die de binding met organische stof aangaan en daarmee veenafbraak het meest tegengaan.
Om opschaling in de praktijk uit te testen starten in de Krimpenerwaard in november vier boeren met een klei proef. Bij alle vier wordt op een halve hectare veengrond de klei aangebracht, de andere helft van de hectare wordt als referentie gebruikt. Daar meten we in het veld vervolgens het effect van de klei door beide helften van het perceel met elkaar te vergelijken. Ook in Friesland is een pilot met klei gestart bij twee boeren.”

Wilt u meer weten over Klei in Veen? Neem dan contact op met Maaike van Agtmaal via [email protected]