Nieuw: Klei in veen

Het aanbrengen van klei in veengrond als oplossingsrichting voor de veenweiden heeft zich inmiddels tot nieuw icoon van VIC ontwikkeld. Joachim Deru, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, onderzoekt de werking en haalbaarheid. Hij licht toe: “Oriënterende berekeningen laten zien dat een besparing van 5 ton CO2 per hectare per jaar in theorie kan worden behaald. Dit moet nog in proefopstellingen en in het veld worden getoetst. Er is veel aanbod aan klei, dat in potentie genoeg is voor een groot deel van het veenweidengebied.”

Hoe werkt het eigenlijk?
Joachim Deru: “Klei kan een binding aangaan met organische stof, waardoor de afbraak daarvan beperkt wordt. Dat komt naar voren uit metingen op diverse locaties in het veenweidengebied. Uit deze metingen blijkt dat in gronden met een hoog klei (lutum) gehalte minder organische stof afgebroken wordt. En dus minder CO2 vrijkomt en minder veen verteert. De onderstaande grafiek laat de natuurlijke variatie in kleigehalte van veenweidebodems zien. Het verschil in lutumgehalte in veengronden is opgebouwd tijdens duizenden jaren afzetting van klei vanuit zee en rivieren. Doordat er in Nederland dijken zijn aangelegd vinden er geen overstromingen meer plaats, en daarmee ook geen natuurlijke kleidepositie. De vraag is nu hoe we dat natuurlijke proces van kleine hoeveelheden klei per keer na kunnen bootsen in een korter tijdbestek (10 jaar). Het is bovendien van belang dat de aangebrachte kleideeltjes inspoelen in de veengronden en niet als een kleidek op het veen achterblijft, zodat het een klei-humus complex kan vormen.”

Wat betekent aanbrengen van klei in veen voor het veenweidengebied?
“Klei in veen biedt in potentie een aanvullende oplossing voor de bodemdaling problematiek in de veenweiden, naast oplossingen als het vernatten van het veen met o.a. onderwaterdrainage. Mogelijk verhoogt klei ook de bodemkwaliteit en draagkracht van veenpercelen, wat voordelen oplevert voor de melkveehouderij.
Een eerste berekening laat zien dat een reductie van 5 ton CO2 per hectare per jaar haalbaar is. Daarbij is uitgegaan van het inbrengen van 500 kuub klei per hectare in een periode van 10 jaar.
Aanbrengen van klei in veen stopt de afbraak van veen en CO2-uitstoot daarmee niet volledig, maar wellicht kan het met andere maatregelen gecombineerd worden.”, aldus Deru.

Wat zijn de eerste stappen?
Deru schetst de aanpak: “We starten met het onderzoeken van verschillende kleisoorten onder laboratoriumomstandigheden. Daarvoor mengen we de klei met veenbodem. Om de potentie van diverse soorten klei op de reductie van veenafbraak te meten en inzicht te krijgen in hoe dit proces verloopt. Daarmee pakken we vraagstukken bij de kop als: ‘Hoe kan de klei die aangebracht wordt ook daadwerkelijk in de diepere lagen van het veen terecht komen?’. Na de eerste fase in het laboratorium gaan we soortgelijke vraagstukken in het veld uitzoeken: wordt daar hetzelfde gemeten?

Bij de veldexperimenten worden ook andere aspecten meegenomen, namelijk het effect op bodemkwaliteit, waterkwaliteit, biodiversiteit, grasproductie en draagkracht. Wat betekent deze oplossing daarmee voor de melkveehouder? Dat gaan we onderzoeken. De maatregelen die we bedenken moeten toepasbaar zijn in de praktijk, daarom werken we samen met partijen in het veld, zoals agrariërs en waterschappen.

Parallel aan het onderzoek start er een praktijkcasus in de Krimpenerwaard, daar verkennen we wat het betekent om als casus ‘een vracht klei’ daadwerkelijk op te halen en op percelen in de Krimpenerwaard aan te brengen. Om daarmee antwoord te vinden op vragen als: ‘Wat betekent het qua logistiek?; Wat kost het?; Wat komen we tegen aan administratieve processen? We hebben gemerkt dat hoe goed je het ook probeert uit te zoeken, een praktijkcasus toch nog nieuwe inzichten en belemmeringen kan opleveren die getackeld dienen te worden.”

Is er voldoende klei beschikbaar?
Deru licht toe: “Klei is een waardevolle grondstof die Nederland voortdurend binnenstroomt. Via rivieren krijgen wij veel klei vanuit Europa. Die stroom raakt niet uitgeput en is, samen met lokale kleibronnen in potentie genoeg voor een groot deel van het veenweidengebied. Via Rijkswaterstaat en grote bouwbedrijven zijn verschillende soorten klei beschikbaar, daar gaan we mee experimenteren. We werken daarin nauw samen met Royal Haskoning DHV, zij hebben een goed beeld van het aanbod van klei. Naast klei uit rivieren en kanalen is ook klei beschikbaar vanuit natuurontwikkeling en bouwprojecten.”

Wat zijn de uitdagingen voor deze aanpak met klei?
“Er zijn nog een aantal uitdagende vraagstukken, die we de komende tijd gaan onderzoeken:
• Logistiek is een belangrijk vraagstuk: Hoe breng je de klei op de plaats van bestemming? Transport over veenweidenwegen is niet wat we willen; welke alternatieven zijn er?
• Wat is de CO2 balans? Op welke manier weegt het transport van klei op tegen de voordelen die het biedt?
• Welke kleisoorten zijn geschikt, en hoe kan de kwaliteit van de klei geborgd worden?

Het idee om klei naar veen te brengen is goed. We moeten even afwachten wat uit de metingen komt, wat waargemaakt kan worden. Maar als het werkt en zorgt voor substantiële daling van CO2–uitstoot en veenafbraak, dan kan dit een deeloplossing zijn voor een aantal geschikte gebieden in de veenweiden!”

Voor meer informatie over klei in veen, bekijk de brochure. Of neem contact op met Joachim Deru, via [email protected]